De kinderen ontdekken in het bos peren om van te smullen. De peren groeien vlakbij een verlaten huisje. De buurkinderen gluren naar binnen. De gordijnen zijn dicht, dus ze kunnen niets zien. Robin doet de deur open. Saar houdt hem tegen. Ik vind het eng, gaan we verder? 

Robin en Saar gaan verder op pad.

Robin en Saar gaan toch naar binnen.